Voedsel als a-politieke houding

Onlangs bracht gedeputeerde Mariëtte van Leeuwen een bezoek aan Mensa Mensa.

Mensa Mensa is het volksrestaurant van Public Food waar mensen voor een klein bedrag een gezonde, duurzame maaltijd kunnen krijgen. Ook zijn er ‘meal prep’-sessies waarbij mensen voor tien euro eten voor meerdere dagen maken en meenemen naar huis. Ondertussen leren bewoners koken en ontstaat er onderlinge verbinding. Het restaurant waar dit alles plaatsvindt, is gevestigd in Rotterdam-Zuid, in een voormalige technische school waar tegenwoordig een ontmoetingsplek is voor cultuur, ondernemen en maatschappij. Lokale makers, kunstenaars, maatschappelijke organisaties en startups – waaronder Public Food – huren hier betaalbare werkruimtes.

Of, zoals de betrokken gedeputeerde van Zuid-Holland, Mariëtte van Leeuwen, het later zou noemen: ‘Een plek waar gezond eten, sociale verbinding en gezond verstand samenkomen.’ Van Leeuwen zou tijdens haar werkbezoek zonder veel omhaal bijdragen en deelnemen aan die drie zaken, simpelweg door een schort om te binden en te helpen met het snijden van de groenten voor de soep. 

Mise-en-place

Door daadwerkelijk aan de slag te gaan in de keuken kon de gedeputeerde ervaren hoe het ‘meal prep’-concept van Mensa Mensa werkt, iets waarvoor ze haar hand niet omdraaide. Onder leiding van chef Rita werd gedurende het eerste uur flink ge-mise-en-placed. ‘Voor sommige mensen is het stressvol om te koken, voor anderen juist niet’, vertelde Rita over haar omgang met deelnemende buurtbewoners. ‘Voor mij is het pure ontspanning: juist door bezig te zijn met je handen en de ingrediënten, kan ik de dagelijkse problemen even in perspectief plaatsen’, ging Rita verder. Van Leeuwen reageerde: ‘Ik kook thuis heel graag, alhoewel mijn schema het doordeweeks meestal niet toelaat sinds ik deze baan heb. Maar in het weekend ontvangen we graag gasten en dan kan ik er echt van genieten om te koken.’ 

Daarmee was een opvallend informele en toegankelijke toon gezet die ook in het tweede deel van de bijeenkomst zou blijven. Tijdens dat deel gingen Van Leeuwen en haar team van het programma Gezond Voedselsysteem in gesprek met Public Food om te kijken waar er kansen liggen om initiatieven zoals Public Food op te schalen. Iets waar iedereen voor lijkt te zijn, maar wat desalniettemin niet vanzelf van de grond komt. ‘Want iedereen wil gezond eten toegankelijk maken. Totdat het over geld gaat’, aldus de gedeputeerde. 

Minister van voedsel

Van Leeuwen was stellig over de mate waarin voedsel volgens haar centraal moet staan. ‘Voedsel raakt aan alle onderwerpen die we het belangrijkste vinden: armoede en toegankelijkheid, sociale cohesie – en je ziet dat het werkt; je hoeft maar samen te koken en je hebt echt persoonlijk contact – maar ook kwesties als natuurbeheer en het spanningsveld met de boerenstand.’ Daarbij benadrukte Van Leeuwen dat, als het voedselonderwerpen betrof ze eigenlijk een a-politieke houding wilde aannemen. ‘Het is het gebrek aan politieke durf dat ons allen parten speelt. Er is uiteindelijk nog niemand opgestaan die zegt ‘dit gaat ons op de lange termijn kosten besparen.’ En eigenlijk zijn de investeringen helemaal niet zo groot, maar het betaalt zich pas uit na verloop van tijd.’ 

Van Leeuwen pleitte daarmee voor meer politieke verantwoordelijkheid – misschien zelfs een Minister van Voedsel – wat iets is wat tot nu toe in dit onderzoek een absolute voorwaarde lijkt te zijn voor een doorbraak richting een publiek voedselsysteem: sterk politiek leiderschap. Uit het succesvolle voorbeeld van een dergelijk systeem uit Belo Horizonte, dat tot stand kwam na een sterke, ideologisch gedreven ingreep van de burgemeester van die Braziliaanse stad, kan eenzelfde conclusie worden getrokken.